'We moeten onszelf heruitvinden'

Chris Simoens
01 april 2013

Zoektocht naar een duurzame samenleving

Hoe coherent is een 'duurzame' economie die gestoeld is op 'eindeloze' groei? En is de groene economie zoals die vandaag opgang vindt de oplossing? We hadden een gesprek met Matthias Lievens, co-auteur van 'De mythe van de groene economie' en milieudeskundige Hans Bruyninckx.

INTERVIEW

Men heeft de mond vol over duurzaamheid en toch blijft men steeds herhalen dat er groei nodig is, onder meer als oplossing voor de eurocrisis. Hoe coherent is dat?

ML: Ongebreidelde groei op een eindige planeet kan niet, dat is een feit. Er zijn nu eenmaal limieten aan wat je aan grondstoffen aan de aarde kunt onttrekken, aan wat je kunt uitstoten als vervuiling.

Toch sluit dat niet uit dat bepaalde sectoren wel kunnen en moeten groeien. We hebben windturbines, zonnepanelen, isolatiematerialen en dergelijke nodig. Veel kansarmen in het Zuiden smachten naar economische groei om alleen maar in hun basisbehoeftes te voorzien: onderwijs, gezondheidszorg, cultuurbeleving... Maar dat is niet hetzelfde als het overheersende gedachtegoed van vandaag dat streeft naar groei om de groei.

HB: Inderdaad, onze planeet is eindig, maar er zijn wel systemen zoals waterkringlopen en bossen die hernieuwbaar en dus in wezen niet eindig zijn. Maar we moeten er dan wel zorgvuldig mee omspringen. Zo zal een bos slechts overleven als we er elk jaar niet meer van verbruiken dan er in dezelfde periode bijgroeit.

Is een economie met nulgroei mogelijk?

ML: Het is perfect mogelijk om een productieproces in te denken dat limieten stelt aan het gebruik van water, grondstoffen, energie en ecosystemen, en ook aan de uitstoot. De hele vraag is hoe je dat maatschappelijk organiseert. Als de economische spelers individuele bedrijven zijn die met elkaar concurreren, dan krijg je onvermijdelijk de drang om winst te maken, groter te zijn dan je concurrentie en zo meer. Maar een dergelijke groeidynamiek kan moeilijk duurzaam zijn. De huidige groene economie houdt daar te weinig rekening mee. We hebben nood aan een diepgaande reflectie over een economie zonder groei.

HB: Heel wat mensen en internationale organisaties denken al ernstig na over alternatieve modellen, zoals voor het klassieke Bruto Binnenlands Product. Een 'groei' van het bbp omvat immers vaak ongunstige neveneffecten zoals de kosten om milieuverontreiniging op te ruimen of die van verkeersongevallen, en is dus niet altijd 'echte' groei. En welke groei bedoelen we? Want maatschappelijke groei – de groei naar een duurzaam samenlevingsmodel - hebben we hoe dan ook nodig. Wat zijn daar de economische en ecologische voorwaarden? Welk soort marktwerking hebben we daarvoor nodig? Een vrije markt met vaak oligopolies – supergrote bedrijven dus, denk aan de energiesector in België –, of een meer sociale economie met bijvoorbeeld coöperatieve ondernemingen We moeten onszelf heruitvinden.

Matthias Lievens

Matthias Lievens is post-doctoraal onderzoeker aan de KULeuven, actief in vzw Climaxi en auteur van onder meer 'De mythe van de groene economie'.

De huidige groene economie houdt te weinig rekening met de niet-duurzame groeidynamiek aangestuurd door winstbejag. 

ML

Nu naar de kern van je betoog in je boek. Wat loopt er juist mank met de huidige groene economie?

ML: De groene economie, een nieuw buzz-woord, gebruikt de markt om de economie koolstofarm te maken of ze creëert nieuwe markten zoals de CO2-emissiehandel. Daardoor krijg je de indruk dat het mogelijk is klimaat- of milieudoelstellingen te verbinden met sociale en marktdoelstellingen (geldgewin). Alsof people, planet en profit te verzoenen zijn. In het boek geven we heel wat voorbeelden weer die wel goed bedoeld zijn, maar hun beloftes niet waarmaken: emissiehandel, agrobrandstoffen, zelfs milieuvriendelijke wagens… Heel vaak strijkt men er wel geld mee op, maar blijft de klimaatwinst beperkt. Bovendien gaat het dikwijls gepaard met sociaal onrecht. Denk maar aan de groenestroomcertificaten voor zonnepanelen die mee betaald worden door degenen die zich geen zonnepanelen kunnen veroorloven. Zo creëer je alleen maar weerzin bij de mensen tegen klimaatmaatregelen. 'Dat is alleen om geld uit de zakken van de mensen te halen. Er was eerst de crisis, dan de vergrijzing en nu het klimaat, en de gewone mensen moeten betalen.'

Maar ook en vooral het Zuiden heeft eronder te lijden. Zo investeerde de Wereldbank in een vuilnisbelt in Zuid-Afrika om er elektriciteit te maken van het vrijkomende methaan. Goed voor het geldgewin, maar de zwarte buurtbewoners blijven kanker krijgen en aan de afvalstromen doet men niets.

Hans Bruyninckx

Hans Bruyninckx is hoogleraar internationale relaties aan de KULeuven en expert in internationaal milieubeleid.

Mijn visie op de toekomst is eenvoudig: sociaal-rechtvaardig en duurzaam. 

HB

Hoe kun je mensen ervan overtuigen om mee te stappen in de klimaatstrijd?

ML: Met een project dat de mensen een positief perspectief kan bieden. Klimaatrechtvaardigheid is de sleutel: een maximaal klimaateffect op een sociaal rechtvaardige manier. Zo kan je in België beter investeren in isolatie van huizen dan in zonnepanelen. Door de isolatie van de huizen voor te financieren bereik je die mensen die daar zelf de middelen niet voor hebben. Dankzij de dalende energiefactuur kunnen zij dan de financiering met beperkte rente terugbetalen. We hebben dus een beleid nodig dat de klemtoon legt op people en planet, eerder dan op profit (zie kader).

HB: Zelf ben ik voorstander van een beleid dat terzelfder tijd de energieproductie (zonnepanelen…) aanpakt als het energieverbruik (isolatie…).

We mogen ons ook niet verengen tot het klimaat. Biodiversiteit is allicht een nog veel complexer probleem. Dat gaat onder meer over de cruciale diensten die ecosystemen zoals oceanen en bossen leveren.

In hoeverre zijn ideeën als cradle to cradle of de blauwe economie van Gunter Pauli[1] een deel van de oplossing van het groeidilemma?

ML: Het boek 'The Blue Economy' van Gunter Pauli is heel revolutionair. Hij herontwerpt radicaal de productieprocessen en producten zodat afval niet meer bestaat. Alleen heeft hij het veel minder over de macro-economische kant en het soort samenleving dat we nodig hebben. Dat interesseert ons meer.

Heeft het 'kringloopdenken' à la cradle to cradle al ingang gevonden bij de grote industrieën en ontwerpers?

HB: Het gebeurt, maar vooral nog in niches. Zo zijn er een aantal koplopers zoals Umicore en Tessenderlo Chemie die hun bedrijf radicaal hervormd hebben en op zijn minst een fundamentele denkstap gemaakt hebben. Ik vind het ook bemoedigend dat we in Vlaanderen overgestapt zijn van een afval- naar een materialendecreet. Dat is een behoorlijke denksprong: afval bestaat niet, er bestaan enkel materialen. Maar er zijn natuurlijk nog heel veel bedrijven die niet mee zijn. Daardoor staan we nog ver van het echte 'cradle to cradle'-verhaal.


[1] Cradle to cradle (wieg tot wieg) stelt voor alle producten zodanig te ontwerpen dat ze passen in een biologische of technologische kringloop. Afval bestaat dan niet meer. De Belg Gunter Pauli liet zich hierdoor inspireren voor zijn 'blauwe economie' zonder afval, in harmonie met de planeet.

Op deze Zuid-Afrikaanse vuilnisbelt wordt methaan omgezet in elektriciteit. Dat brengt geld en uitstootrechten van koolstof op, maar de buurtbewoners blijven kanker krijgen. Is dat de 'groene' samenleving die we wensen?

Bovenaanzicht van Zuid-Afrikaanse vuilnisbelt.
© SLR Consulting

Welk soort samenleving heeft de toekomst?

ML: De krachtlijnen zijn duidelijk: (1) de rol van de markt en de vermarkting in de samenleving beperken, (2) meer nadruk op de commons, dus het gemeengoed, hetgeen we met zijn allen delen en samen beheren, dat gaat van atmosfeer, autodelen tot samen een park aanleggen, en (3) een sterkere en meer democratische publieke sector.

Vandaag klinkt 'overheidsregulering' niet goed. Toch denk ik dat we daar meer van nodig hebben. Hét grote succes van de milieubeweging was het gat in de ozonlaag en dat is toch gebeurd via publieke regulatie: een aantal producten werden verboden. Daar kunnen we lessen uit trekken. En verder moeten we een waslijst klimaateffectieve maatregelen bedenken die sociaal rechtvaardig zijn en waarin mensen zich kunnen herkennen. Zodat ze meestappen in de klimaatstrijd en we offers kunnen vragen. Want we kunnen niet volhouden wat we nu bezig zijn: vliegen, vlees eten en zo meer.

HB: Mijn visie op de toekomst is eenvoudig samen te vatten: sociaal-rechtvaardig en duurzaam. Je kunt geen toekomstvisie uitbouwen zonder je af te vragen: welk soort samenleving willen we? Dat gaat verder dan economie en technologie. Als kernsystemen zoals mobiliteit, landbouw, energie en vervoer drastisch wijzigen, zullen ook de sociale verhoudingen binnen de samenleving veranderen. Mondiaal wordt dan ook solidariteit belangrijk. Bij elk idee stel ik me de vraag: draagt het bij aan een oplossing van de zeer fundamentele problemen waar we voor staan? Dan maakt het niet uit of het uit de klassiek- of ecologisch-economische hoek komt.

U legt nogal sterk de nadruk op de commons. Waarom?

ML: Commons zijn eigenlijk alles wat noch staatseigendom noch privaat eigendom is: ideeën, propere lucht, de atmosfeer, het Amazonewoud... Als een gemeenschap dergelijk gemeengoed beheert, gebeurt dat vaak op een duurzamere manier dan dat de staat of de markt dat zou doen. Maar er is altijd de neiging om het 'gemeenschappelijke' te privatiseren of onder staatscontrole te plaatsen. Zo behoren ideeën iedereen toe. Toch worden ze voortdurend geprivatiseerd. Denk maar aan de ideeën van academici. Om de commons hiervan te vrijwaren, is strijd nodig. Die kan heel divers zijn, van inheemse bevolkingen die het Amazonewoud willen vrijwaren van privatisering, tot mensen in mijn buurt die een park willen beschermen tegen de komst van kleine bedrijfjes. Commons kunnen alleen bestaan als mensen sterk betrokken zijn.

Als een gemeenschap een gemeengoed beheert, gebeurt dat vaak op een duurzamere manier dan dat de staat of de markt dat zou doen.

ML

Hoe laat je de gemeenschap een gemeengoed beheren?

HB: Heel wat zaken zijn al 'community based': community based resource management, community based fisheries… Maar dikwijls is dat ingebed in een regelgevend kader dat door de overheid is uitgewerkt. En zie je ook een koppeling met mensen als economische spelers, die er een meerwaarde in zien voor zichzelf. De commons zijn een prikkelend concept, maar er is nog veel debat over nodig.

De mythe van de groene economie

In 'De mythe van de groene economie' stellen Matthias Lievens en Anneleen Kenis dat veel van wat als 'groene economie' wordt voorgesteld – CO2-emissiehandel, agrobrandstoffen… - niet meer is dan een rookgordijn. Hoofdbekommernis is vaak puur geldgewin. Met een toenemende ongelijkheid en een warmere planeet tot gevolg. De auteurs pleiten dan ook voor een diepgaande maatschappijverandering met meer sociale gelijkheid, meer democratie en minder markt.

demythevandegroeneeconomie.be

Kaft van boek ‘De mythe van de groene economie’.
Duurzame economie Klimaat Sociale economie
Terug Economie
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 5 /5 Alles wat je altijd al wilde weten over SCHULDEN