Welke uitwegen voor de Sahel ?

Chris Simoens
01 december 2012
Al sinds de jaren 70 zorgen droogtes regelmatig voor hongersnood in de Sahel. De crisissen komen de laatste jaren zelfs vaker voor. Hoe komt het dat na 40 jaar inspanningen de situatie alleen lijkt te verergeren?

Wat is de Sahel?

De Sahel is een halfdroog overgangsgebied tussen de Saharawoestijn in Noord-Afrika en het tropische Afrika met zijn weelderige savannes en vochtig evenaarswoud. Het strekt zich uit van de Atlantische Oceaan met Senegal, over Mali, Mauritanië, Burkina Faso, Mali, Niger, Nigeria en Tsjaad tot Soedan. Daaronder zijn drie partnerlanden van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking: Senegal, Mali en Niger. Vooral de laatste twee zijn typische arme Sahellanden. De plantengroei in de Sahel bestaat uit grassen, struiken en verspreide grote bomen zoals baobab en acacia. Een savanne dus, die wel met de jaren schraler wordt.

 

HET VERLEDEN

5.000 jaar al – naar men vermoedt - kent de Sahel afwisselend perioden van droog en eerder nat. De bevolking paste zich aan. In de noordelijke droogste gebieden woonden nomaden. Ze trokken met hun vee rond op zoek naar graasland. In de zuidelijke vochtiger streken deed men aan landbouw, volgens het systeem slash-and-burn. De boeren maakten land vrij om onder meer gierst te zaaien. Na een tijdje lieten ze de velden weer aan de natuur over en maakten ze een ander stuk land vrij. Pas na vele jaren keerden ze naar het oorspronkelijke land terug dat zich voldoende kon herstellen. Beide groepen werkten ook samen. Nadat de boeren hun oogst hadden binnengehaald, lieten de nomaden hun vee grazen op de velden. De dieren deden er zich te goed aan de gewasresten en bemestten tezelfdertijd het land. Melk en vlees werden geruild voor granen. Dit systeem werkte gedurende vele honderden jaren, hoewel de mensen ook toen moeilijke droge periodes moesten overbruggen.

NATUURLIJKE INVLOED

Sinds het einde van de jaren '60 valt er veel minder regen, wellicht omdat de oceanen warmer worden. Als bijvoorbeeld het zeewater in de Golf van Guinea – in de oksel van West-Afrika – warm is, stroomt er minder vochtige lucht naar de Sahel. Hoe dan ook, door de droogte waren de jaren '70 tot '74 echte rampjaren voor de Sahel. Sindsdien volgen de hongersnoden elkaar op, recent nog in 2005, 2010 en 2012. Volledigheidshalve: het zuiden van de Sahel wordt geregeld geteisterd door zware overstromingen. En af en toe zijn er gigantische sprinkhanenplagen.

MENSELIJKE FACTOREN

Toch zijn de hongersnoden zelf eerder het gevolg van een kluwen aan menselijke factoren.

De drie voornaamste zijn:

  1. De regio kent een enorme bevolkingsgroei. Niger heeft de hoogste vruchtbaarheid ter wereld: 9 kinderen per vrouw. De bevolking groeit er met 3,3% per jaar. Dat is natuurlijk niet houdbaar. Maar de keuze om veel kinderen te hebben heeft ook te maken met armoede en de hoge kindersterfte. Kinderen zijn een verzekering voor de oude dag en een hulp op het veld.
  2. Veel mensen zijn arm, sommigen extreem arm. De extreem armen – de meest kwetsbaren – kunnen zelfs maar een deel van hun voedsel zelf kweken. Het tekort moeten ze kopen, meestal in het tussenseizoen – tussen twee oogsten in – als de prijzen door de schaarste duurder zijn. Overigens hebben ze ook andere kosten: voor huwelijken, begrafenissen, gezondheidszorg... Waar halen ze het geld vandaan? Veel mannen en kinderen trekken naar landen zoals Libië en Ivoorkust (en Europa) om er te werken. Het geld dat ze opsturen is levensnoodzakelijk voor de achtergebleven families. Sommigen zoeken het minder ver: ze werken op het land van meer gegoede boeren. Of ze verkopen wat artisanale producten, geplukte kruiden en vruchten, een deel van hun land of van hun oogst. In nood kunnen ze geld lenen, maar zo raken ze in de schulden. In uiterste nood vluchten ze naar de stad. Conclusie: hongersnood ontstaat vaak niet door een gebrek aan voedsel, maar doordat de talloze kwetsbaren geen voedsel kunnen kopen.
  3. De klimaatverandering – gevolg van de mondiale uitstoot van broeikasgassen - zorgt voor een grilliger klimaat met meer extreme droogtes.
Moeders wachten in een gezondheidscentrum om hun kinderen te laten testen op ondervoeding. De Sahel is een regio met een zeer hoge vruchtbaarheid.
© EU / Kedidja Mossi

Dat heeft een aantal effecten:

  1. Een hoge bevolkingsdruk zorgt voor schade aan het milieu, omdat het slash-and-burn-systeem niet meer werkt. Het land blijft minder lang braak liggen of soms helemaal niet. De boeren hebben geen geld voor bemesting en komen zelfs in conflict met de zwervende veehouders. Ze zien zich immers gedwongen om ook in noordelijke drogere gebieden te boeren, vaak worden zelfs de zwerfroutes voor het vee in beslag genomen. De veehouders zijn niet meer welkom op de geoogste velden om hun vee te hoeden. En ze vinden al minder graasland voor hun vee. Gevolg: de landbouw put de bodem uit en het vee graast tot het laatste sprietje. Dat werkt woestijnvorming in de hand. Er ontstaan plekken waar de bodem geen water meer kan vasthouden en planten niet meer kunnen groeien, stukjes woestijn dus. Bovendien hebben meer mensen een grotere behoefte aan hout om hun eten te koken. Ze kappen dus meer bomen en struiken, die vaak definitief verloren zijn.
  2. De ondervoeding van de kinderen is een enorm probleem, en opeenvolgende voedselcrisissen maken het alleen maar erger. Vooral de eerste twee levensjaren zijn cruciaal. Maar omdat vrouwen snel opnieuw bevallen, worden zuigelingen onvoldoende lang gespeend. En het voedsel dat ze krijgen is ontoereikend en eenzijdig. Vaak is er gewoon te weinig eten, maar ook onwetendheid speelt mee. Door ondervoeding krijgen kinderen een groeiachterstand. Als ze al overleven, zullen ze als volwassene zwakker zijn en minder goed presteren als arbeidskracht. Ondervoeding legt dus een hypotheek op de volgende generatie. Bovendien leiden gebrekkige voeding en gezondheidszorg tot een verhoogde vatbaarheid voor ziekten zoals malaria.
  3. De regio staat bol van de conflicten. Her en der zijn er rebellen actief, onder meer in Tsjaad. In 2012 wilden de Toearegs in Mali zich afscheuren als Noord-Mali. Maar er zijn ook islamitische extremisten actief, zoals 'Al-Qaeda in de Maghreb'. Landen als Mali en Niger zijn extreem groot en de (zwakke) staat kan onvoldoende zijn gezag laten gelden in de dunbevolkte noordelijke gebieden. De regio is ook een bekend knooppunt voor drughandel en mensensmokkel. Kortom, de bevolking moet regelmatig massaal op de vlucht.
  4. Er zijn ook heel weinig wegen en veel Sahellanden hebben geen uitweg naar de zee. Handel verloopt daardoor extra moeizaam.

Verergerende factoren (internationaal, nationaal):

  1. In de jaren '30 begint kolonisator Frankrijk met de grootschalige teelt van exportgewassen zoals katoen en aardnoten, dikwijls met aftakeling van de bodem tot gevolg. Ook na de onafhankelijkheid blijft de grootschalige landbouw bestaan. De export van landbouwproducten zorgt immers voor een broodnodig inkomen. Maar de exportteelt neemt wel vruchtbaar land in beslag.
  2. Door de kolonisatie ontstonden landen met kunstmatige grenzen. Vaak sneden landgrenzen plots de gebruikelijke zwerfroutes voor het vee af. Veel nomaden werden gedwongen om hun vee te laten grazen in een kleiner gebied, met overbegrazing tot gevolg.
  3. De meeste landen in de Sahel zijn fragiele staten. Ze zijn niet bij machte om hun bevolking de nodige diensten te verlenen zoals voedselzekerheid, gezondheidszorg en onderwijs. De landen hebben weinig inkomsten en zijn teveel afhankelijk van ontwikkelingssamenwerking. In Niger bestaat het staatsbudget voor 2/3 uit ontwikkelingsgeld. Dat weerhoudt de politici vaak om extra inspanningen te doen. Al te dikwijls wil de elite in de eerste plaats zichzelf en haar aanhang een comfortabel leven bezorgen.
  4. Na de grote hongersnood in de jaren 80 legde het Internationaal Monetair Fonds in ruil voor goedkope leningen 'structurele aanpassingen' op. De nadruk lag op vrije handel en de staat diende zijn taken in te perken. Daardoor werden tal van diensten geprivatiseerd. Bijvoorbeeld de veeartsenij. Maar in de dunbevolkte Sahel met nauwelijks toegangswegen is het gewoon niet rendabel om als privédienst het vee te verzorgen. Daarnaast werd goedkoop voedsel ingevoerd, dat in de rijke landen werd gesubsidieerd. Het werd daarom moeilijker om eigen producten uit te voeren. Door de open grenzen werden de prijzen van het binnenlandse voedsel mee bepaald door de internationale markten. Internationale prijsschommelingen hebben daardoor een nefast effect op het levensonderhoud van de kleine boeren. Bij hoge prijzen krijgen vooral de kwetsbaren het extra lastig om voldoende voedsel aan te schaffen.
  5. Ook de binnenlandse marktwerking zorgt voor problemen. In het seizoen tussen twee oogsten in stijgen de voedselprijzen. Sommige handelaars speculeren daarop om extra winst te boeken. De kwetsbaren zijn de dupe. De rijken speculeren ook met het land dat ze afkopen van noodlijdende armen.
  6. De noodhulp en de ontwikkelingssamenwerking hebben nog lessen te leren. Zo kan goedbedoelde hulp afgunst en conflicten veroorzaken. Een dorp dat als behoeftig werd aangeduid krijgt gratis voedselpakketten, maar in een naburig dorp dat iets minder getroffen is, krijgen de boeren niets. Ook kan het ingevoerde noodvoedsel de prijzen doen dalen. Op het eerste gezicht goed voor de kwetsbaren, die voedsel moeten kopen. Maar niet goed voor de meer bemiddelde boer die zijn inkomsten ziet slinken en zich geen loonwerkende kwetsbare meer kan veroorloven. Al te lang bleef de hulp beperkt tot extreme noodsituaties. Tussenin bleef, op wat kleine projecten na, alles bij het oude. Maar de Sahellanden kennen een continue crisis en verdienen dus blijvende aandacht.

OPLOSSINGEN

Het overzicht is wellicht onvolledig, maar volstaat om aan te tonen dat de Sahellanden gebukt gaan onder een resem nadelige factoren. Is de situatie dan uitzichtloos? Niet onmiddellijk. Uitwegen bestaan, maar kunnen enkel succes boeken binnen een alomvattende langetermijnvisie. Een cocktail aan oplossingen is nodig, één enkele mirakeloplossing bestaat niet.

Technisch:

  1. Duurzame 'agro-ecologische' landbouwtechnieken. Agro-ecologie gebruikt zo weinig mogelijk externe input (meststoffen, pesticiden…) en laat niets verloren gaan. Alles wordt benut. Het is vrij goedkoop en daardoor uiterst geschikt voor arme boeren. Doordat ze voedingstoffen uit de diepere bodemlagen opzuigen, kunnen bomen de opbrengst verhogen. Ze zijn ook beter bestand tegen extreem weer en leveren brandhout.
  2. Duurzaam bodembeheer. De bodem is de sleutel. Goede zorg voor de bodem maakt dat hij beter water vasthoudt en dat er bij hevige regen minder waardevolle bodempartikels wegstromen (= erosie). Ook muurtjes kunnen erosie tegengaan.
  3. Duurzaam waterbeheer en bevloeiing. Water moet opgevangen worden en waterputten kunnen water leveren voor bevloeiing.
  4. De nomadische veehouders mogen niet uit het oog verloren worden. Hun systeem is uitstekend aangepast aan droge gebieden. Ze moeten zich echter vrij kunnen bewegen en beschikken over gemeenschappelijk graasland en waterpunten.
  5. Betere infrastructuur waaronder wegen.
  6. Men is volop bezig met betere waarschuwingssystemen om de crisissen beter te voorzien. Noodprogramma’s kunnen dan vroeger in werking treden.

Sociaal:

  1. Het Wereldvoedselprogramma WFP dat wereldwijd voedselhulp verstrekt, probeert meer en meer voedsel aan te kopen bij kleine lokale boeren. Dat verstoort de prijzen minder en de boeren krijgen extra inkomen.
  2. Noodhulp (korte termijn) en ontwikkelingssamenwerking (lange termijn) moeten beter samenwerken vanuit een gemeenschappelijke langetermijnvisie. Zeker een regio als de Sahel verdient blijvende aandacht. De regio is immers continu in crisis, droogtes zullen er blijven voorkomen. Toch is de internationale gemeenschap er globaal weinig actief.
  3. Al zijn ze moeilijk te bereiken, zonder aandacht voor de meest kwetsbaren is geen duurzame oplossing mogelijk. Bij hen ligt het zwaartepunt van elke hongersnood en zij zijn het die naar de steden vluchten. Om hun weerbaarheid te verhogen experimenteert men met kleine geldelijke toelagen of loonwerk, waarmee ze voedsel kunnen kopen op de lokale markt. Dat lijkt goed te werken en is goedkoper dan grootse noodhulpoperaties. Met 'warrantage', een soort pandjessysteem, moet de kwetsbare boer zijn oogst niet onmiddellijk tegen een lage prijs verkopen. Tegen een vergoeding laat hij een deel van zijn oogst achter in een stockeerplaats. Hij kan daarmee dringende zaken betalen. Tijdens het dure tussenseizoen kan hij de opgeslagen oogst voor een degelijke prijs verkopen en zijn vergoeding terugbetalen. Vrouwen zijn extra kwetsbaar. Ze hebben nood aan extra ondersteuning en voorlichting (over voeding, gezinsplanning).
  4. Goed bestuur is een interne kwestie maar hulpgevende landen hebben wel een invloed. Ze kunnen de besteding van hun geld van nabij opvolgen en staatsinstellingen helpen uitbouwen. In Mali werkt België aan decentralisatie: de lokale besturen die dichter bij de mensen staan, krijgen meer beslissingsmacht. Ze kunnen bijvoorbeeld de broodnodige landrechten organiseren zodat er duidelijkheid is over landeigendom en landgebruik. Zo weten de veehouders welk land ze mogen begrazen, en weet de boer dat het de moeite loont in zijn land te investeren. De civiele samenleving (waaronder boerenorganisaties) moet ondersteund worden.
  5. Coherentie van het internationale beleid. Ontwikkelingssamenwerking brengt weinig verandering als de armsten steeds opnieuw de dupe zijn van het internationale economische beleid: open markten, prijsschommelingen, speculatie. De internationale gemeenschap moet ook werk maken van milieuzorg en de strijd tegen de klimaatverandering.

De Sahellanden zijn als het ware een laboratorium voor kwetsbaarheid. Succes in deze regio zou een enorme stap betekenen voor de hele wereld.

Met het geld voor het geleverde werk kunnen kwetsbare mensen voedsel kopen. Hier graven ze een geul voor een irrigatiesysteem.
© European Union
Sahel Droogte Woestijnvorming
Terug naar dossier
Imprimer
In dezelfde categorie - Artikel 29 /28 Geld maakt niet gelukkig