Wereldvoedselprogramma koopt aan bij kleine boeren

WFP/PAM
01 februari 2014
 
De voorbije 5 jaar testte het VN-Wereldvoedselprogramma WFP Purchase for Progress (P4P) uit: de aankoop van voedsel bij kleine boeren. Met een dubbel doel: zijn koopkracht verhogen en tegelijkertijd de landbouw- en marktontwikkeling verbeteren. Kleine boeren vinden nu inderdaad makkelijker een afzet voor hun producten. Voortaan zijn lokale aanbestedingen dan ook een vitaal instrument om de honger aan te pakken. De Belgische Ontwikkelingssamenwerking was een belangrijke partner.

Het pilootproject P4P zorgde voor een radicale ommekeer in het leven van honderdduizenden boeren in 20 ontwikkelingslanden. Zij konden immers uitgroeien tot competitieve spelers op de lokale markten. In november 2013 had WFP via het P4P-initiatief al meer dan 365.000 ton basisvoedsel (maïs, bonen…) aangekocht bij boerencoöperaties. Dat leverde de kleine boeren een rechtstreekse meeropbrengst van 104,4 miljoen euro op.

Vooral indrukwekkend was dat P4P erin slaagde meer dan 220 regeringen, ngo’s, VN-agentschappen en partners uit de privésector te overhalen om de kleine boeren ter hulp te komen. Dankzij hun hulp bij de capaciteitsopbouw van de boeren en bij het organiseren van collectieve verkoopinitiatieven, slaagde WFP erin contracten af te sluiten met boerenorganisaties. Waardoor de boeren meteen een eerlijke prijs kregen voor hun kwaliteitsproducten.

 

Contextspecifiek

In DR Congo – een land geteisterd door conflicten – werd P4P uitgetest in de regio Katanga in het Zuidoosten en in de Evenaarsprovincie in het Noordwesten. Het project probeerde vooral de capaciteit van de kleine boeren te verhogen opdat zij meer kunnen produceren en toegang krijgen tot goede afzetmarkten, dus niet alleen WFP maar ook lokale handelaars.

Vroeger produceerden we alleen voor eigen gebruik en teelden we voornamelijk maniok en pindanoten’, zegt Mama Mbango Amba. ‘Nu telen we ook rijst en maïs.’ ‘Dit jaar organiseerden we opleidingen over betere landbouwtechnieken, en over de oprichting en het beheer van boerenverenigingen,” vult Alexis Bolokoto, haar echtgenoot, aan. ‘Dankzij P4P is ons inkomen merkelijk gestegen.

 

Partnerschap

WFP bouwde opslagplaatsen, herstelde wegen en voorzag boerenorganisaties van fietsen zodat ze hun producten kunnen vervoeren. Aanvullend voorzag de Voedsel- en Landbouworganisatie FAO in werktuigen en zaaigoed. Weer andere partners zoals OXFAM en de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV organiseerden opleidingen en hielpen contact te leggen tussen de lokale boeren en de handelaars.

Mijn vier kinderen zijn nu gezond en wel, en we konden voor elk van hen het schoolgeld betalen’, zegt Mama Mbango terwijl ze trots de gemalen maïs toont die ze voor het middagmaal zal bereiden. Ze heeft de maïs zelf geteeld en ze kon hem malen met de molen die de gemeenschap aankocht met geld van het P4P-project dat door donoren werd bijeengebracht.

In Mozambique werd een wel bijzonder sterk VN-partnerschap opgezet, met name tussen WFP, FAO, het International Fund for Agricultural Development (IFAD) en de VN-Vrouwenorganisatie UN Women.

FAO verstrekte zaaigoed en opleidingen, IFAD hielp vertegenwoordigers van boerenorganisaties en hun partners bij de onderhandelingen met financiële instellingen. Het contract tussen de boerenorganisaties en WFP diende als een soort zakelijk onderpand. Door hun krachten te bundelen zetten de VN-instanties boerinnen zoals Celeste en Etalvinha op de goede weg: ‘Het inkomen uit de meerverkoop van maïs en bonen stelde me in staat om de productie op te voeren, mijn kinderen op te voeden en in andere noden van het gezin te voorzien’, zegt Etalvinha met een glimlach. ‘Zodra je weet wat je moet doen om goede producten voort te brengen en je ook zeker bent dat iemand ze zal kopen, ben je gemotiveerd om het elk jaar nog beter te doen.’

ACHTERGROND

 

Als de grootste humanitaire organisatie wereldwijd, is WFP een grote afnemer van basisvoedsel. In 2012 kocht WFP voor 808 miljoen euro voedsel aan – waarvan meer dan 75 procent in ontwikkelingslanden. Daardoor zagen de lokale economieën hun inkomsten met meer dan 588 miljoen euro stijgen. Voor de aankoop van voedsel organiseert WFP traditiegetrouw grote openbare aanbestedingen. Maar met het pilootproject Purchase for Progress (P4P) 5 jaar geleden experimenteerde WFP met nieuwe aanbestedingsmethodes gericht op kleine boeren. Zij krijgen nu de gelegenheid meer voedsel van goede kwaliteit te produceren en toegang te krijgen tot markten waar ze hun oogst voor een eerlijke prijs kunnen verkopen. Hun inkomsten stijgen en hun leven en levensstandaard gaan erop vooruit. Meteen pakt P4P honger en voedselonzekerheid in de kiem aan, en stimuleert het de productie.

Capaciteitsopbouw

Hoewel P4P voornamelijk tot doel heeft kleine boeren in contact te brengen met afzetmarkten, werden verschillende benaderingen uitgetest. In Malawi onderzocht P4P de mogelijkheid om kleine boeren met elkaar in contact te brengen via beurzen voor landbouwgrondstoffen. Na een geslaagde opleiding bedrijfsvoering en computervaardigheden, namen zes boerenorganisaties zelfs deel aan een online aanbesteding voor meer dan 500 ton maïs. 

In de 20 pilootlanden werden meer dan een half miljoen kleine boeren, landbouwtechnici, kleine en middelgrote ondernemingen, onderwijspersoneel en exploitanten van opslagplaatsen opgeleid. En daar houdt het leerproces nog niet op! Mettertijd zullen almaar meer mensen deze cruciale vaardigheden kunnen aanleren. WFP en zijn partners hebben er immers voor gezorgd dat de verworven kennis kan doorgegeven worden aan andere boerenorganisaties.

 

Gender

In Afrika is landbouw vooral het werk van vrouwen. Ze nemen er 80% van de voedselvoorziening voor hun rekening. Door vrouwelijke landbouwers meer middelen ter beschikking te stellen, kan het aantal mensen die wereldwijd honger lijden naar schatting met 100 tot 150 miljoen afnemen.

Daarom gaf P4P door de jaren heen tal van vrouwelijke landbouwers met een laag inkomen een duwtje in de rug. Zo werden meer dan 167.000 vrouwen methodes aangeleerd om de productie te verhogen en om de producten na de oogst te behandelen. Tevens werden ze wegwijs gemaakt in diverse aspecten van de landbouwindustrie. Door de hogere verkoopcijfers en het grotere inkomen groeide hun zelfvertrouwen en verwierven de vrouwen meer aanzien binnen hun gemeenschap.

Biba Sanou in Burkina Faso volgde, samen met een aantal andere leden van de boerenorganisatie, opleidingen in landbouwtechnieken, bedrijfsvoering en contractonderhandelingen. Daarna konden ze contracten met WFP afsluiten om bij een lokale microkredietbank leningen te krijgen. Met deze leningen konden ze als groep meer verkopen, wat hen in staat stelde om met andere landbouwactiviteiten te beginnen zoals winstgevende groenteteelt. Dankzij de lening konden de vrouwen ook maïsbloem verwerken en verkopen, weer een extra bron van inkomsten.

Omdat ik mijn eerste lening op tijd afloste, kon ik in de daaropvolgende jaren zonder risico grotere leningen aangaan. Het geleende bedrag verdrievoudigde’, zegt Biba. Het derde jaar hadden haar activiteiten in totaal 735 euro opgebracht en slaagde ze erin in de voedselbehoeften van haarzelf en haar vijf kinderen te voorzien en daarnaast nog eens 220 euro te sparen.

 

De weg vooruit

Hoewel het pilootproject P4P in december 2013 na vijf jaar ten einde liep, zullen WFP en de Belgische Ontwikkelingssamenwerking hun inspanningen ten gunste van kleine boeren blijven bundelen. De aandacht zal uitgaan naar best practices en vernieuwingen, waardoor de kleine boeren op een nog grotere schaal zelfredzaam kunnen worden. Regeringen, partners en lokale WFP-afdelingen zijn daar al mee bezig en de uitgeteste methodes worden aan goedkeuring onderworpen of her en der bijgesteld. Als we de honger uit de wereld willen helpen, is het van vitaal belang onze ervaringen voortdurend uit te wisselen.

 

Het pilootproject P4P zorgde voor een radicale ommekeer in het leven van honderdduizenden boeren.

Mama Mbango met haar zoontje op de schoot naast een bak maïs
© WFP
Landbouw Humanitaire hulp
Terug Economie
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 46 /45 Humanitaire hulp op eigen vleugels