Zorgzaam omspringen met de bodem: we staan erop!

Chris Simoens
01 juni 2015
Overal ter wereld springen we uitermate onzorgvuldig om met de bodem. Nochtans hangen onze voedsel- en watervoorziening ervan af. Dat en nog veel meer. Hoogtijd voor een Internationaal Jaar van de Bodem.

Bodem is leven

We leggen er wegen op aan en bouwen huizen, kantoren, winkelcentra, industrieterreinen. Onze steden vestigden zich vaak op de vruchtbaarste plekken, langs rivieren … We hebben het hier over de wondere substantie van de bodem waar we meestal onachtzaam overheen stappen. Weer en wind hebben gedurende duizenden jaren rotsen verpulverd tot aarde, een mengeling van bodempartikels, lucht, water, organisch materiaal (zoals humus) en levende organismen (bacteriën, schimmels, regenwormen, mijten, aaltjes …). De ideale voedingsbodem voor planten die met hun wortels op een ingenieuze wijze er de nodige mineralen en water aan onttrekken: hun eten en drinken. Via die planten vormt de bodem dus de basis voor al wat leeft, met uitzondering van het leven in oceanen en rivieren natuurlijk. De bodem filtert ook water tot bronwater en grondwater. Water is leven, maar de bodem is dat al evenzeer!

 

Bedreigingen

Toch springen we zeer slordig om met de bodem. En dat niet alleen door onze bouwwoede, maar ook door de vele chemicaliën waarmee we de bodem vergiftigen. Niet alleen de industrie en de mijnbouw zijn hier de boosdoeners, maar ook de conventionele landbouw. Kunstmest en pesticiden doden het leven in de bodem, het organisch materiaal gaat teloor, en de steeds groter wordende machines drukken de bodem plat en maken hem ondoordringbaar. Een gezonde bodem heeft immers ook nood aan lucht. Bodems op hellingen verliezen hun vruchtbare toplaag door regen en wind (erosie), maar ook vlakke akkers zijn erosiegevoelig door de wind. Monoculturen zijn al evenzeer nefast voor de bodem. Niet zozeer omdat een grote oppervlakte door éénzelfde gewas ingenomen wordt, maar omdat jaar na jaar hetzelfde gewas gekweekt wordt. Gewasrotatie is veel gunstiger omdat elk gewas zijn specifieke wortellengte heeft en dus uit een andere bodemlaag put. Terwijl de ene bodemlaag wordt aangesproken, kan de andere zich herstellen.

Aride (< 300 mm neerslag/jaar) en semi-aride gebieden (200 à 700 mm neerslag/jaar) hebben extra te lijden. Zo wriemelen daar veel minder levende organismen in de bodem. De vruchtbare toplaag, bruikbaar door planten, is vaak maar 2 à 3 cm dik. Door afwisselende periodes van (grote) droogte en zeer hevige regenbuien zijn de bodems er bovendien extreem onderhevig aan erosie. Wereldwijd gaat jaarlijks 24 miljard ton vruchtbare aarde verloren door erosie!

Doordacht toegepast kan grazend vee er de vruchtbaarheid van de bodem in stand houden, onder meer door de mest. Maar als de afgegraasde planten niet de kans krijgen terug te schieten – omdat er te veel vee graast - ontstaan schrale plekken waar geen plant nog kan groeien. Zo ontstaat woestijnvorming (Dimensie 3, 2/2008).

Omwille van de droogte wordt er veel bevloeid. Maar het vloeiwater dat vaak uit de bodem wordt opgepompt bevat mineralen. Bij bevloeiing verdampt een deel van het water waardoor de mineralen worden aangerijkt, zowel in de bodem als in het grondwater. Kortom: bodems verzilten en raken onvruchtbaar.

Ook institutionele zaken kunnen de bodem schaden. Zo zijn veel boeren geen eigenaar van hun land. Ze hebben vaak geen idee hoelang ze hun land zullen kunnen bewerken. De onzekere situatie maakt dat zij minder zorg dragen voor de bodem. Zekerheid over landgebruik op lange termijn zou op zich al een enorm verschil betekenen.

Mannen bewerken zeer droog land in Afrika
© IFAD / David Rose

7 + 2 miljard mensen

Tegen 2050 verwachten we zowat 2 miljard extra monden om te voeden. Maar vandaag al is de bevolkingsdruk hoog. Daardoor hebben arme mensen vaak geen andere keuze dan hun land overmatig te bewerken, met degradatie van de bodem tot gevolg. Een nefaste methode in de tropen is bijvoorbeeld ‘slash and burn’ (zwerflandbouw): een stukje bos wordt afgebrand om er gedurende korte tijd gewassen te kweken, daarna wordt een nieuw stuk afgebrand. Maar als de bevolkingsdichtheid groter is dan 10 inwoners/km², kunnen de stukken land zich onvoldoende herstellen. Bovendien gaat veel as (en dus minerale vruchtbaarheid) verloren door erosie.

De bevolkingsgroei doet sommige landen twijfelen of ze in de toekomst nog zelf voor hun voedselproductie kunnen instaan. Dat zet hen ertoe aan om elders land op te kopen (zogenaamde ‘landroof’) (Dimensie 3, 3/2011). Meer dan 37 miljoen hectare zou al van eigenaar verwisseld zijn. Zo is Afrika in trek bij onder meer China, Saoedi-Arabië, Zuid-Korea en Europa. De zoektocht naar energie – biobrandstoffen – vormt een extra stimulans tot ‘roof’.  

Daarnaast treden meer en meer mensen toe tot de middenklasse en die wil een energie- en eiwitrijker dieet (onder andere meer vlees). Maar productie van vlees is nadeliger voor de bodem dan die van groenten, granen en fruit.

En dan hadden we het nog niet over de klimaatverandering die met zijn grillen de bodem extra op de proef stelt. Bovendien geven aftakelende bodems broeikasgassen (koolstofdioxide, stikstof- en zwaveloxide) af, waardoor ze bijdragen tot klimaatverandering: een vicieuze cirkel!

We moeten hoogdringend een switch maken: de bodem niet langer zien als een onuitputtelijke grondstof die we eindeloos kunnen uitputten, maar integendeel als een fragiele en vrijwel niet-hernieuwbare substantie waar we uiterst zorgzaam mee moeten omspringen.

Impact

Het lijstje is niet volledig, maar het moge duidelijk zijn: bodems overal ter wereld hebben enorm te lijden. Dat legt een enorme hypotheek op onze voedselvoorziening. En het is niet zo dat de intensifiëring van de landbouw alles wel zal oplossen. Want er zijn grenzen aan de hoeveelheid voedsel die een bodem kan produceren. Ook gewassen kweken op kunstmatige substraten en in waterige oplossingen bieden geen soelaas. De substraten moeten immers voortdurend vervangen worden, wat op termijn niet duurzaam is. Om nog te zwijgen van de smaak die op kunstmatige substraten meestal moet onderdoen voor die op volle grond. En met de oceanen en rivieren alleen – en hun vissen en algen – zullen we het evenmin redden.

De bodem ligt ook aan de basis van watervoorziening en een reeks andere onmisbare diensten zoals textielvezels en geneesmiddelen (zie figuur). In wezen is de bodem het fundament van onze hele economie. Waar de bodem degradeert of onvruchtbaar is, raakt de economie niet meer van de grond.

Het is dan ook niet meer dan redelijk dat de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), op aansturen van Thailand, 2015 heeft uitgeroepen tot Internationaal Jaar van de Bodem. We moeten hoogdringend een switch maken: de bodem niet langer zien als een onuitputtelijke grondstof die we eindeloos kunnen uitputten, maar integendeel als een fragiele en vrijwel niet-hernieuwbare substantie waar we uiterst zorgzaam mee moeten omspringen. Het duurt immers gemiddeld 1000 jaar om 1 cm bodem te vormen!

Enkele cijfers

  • 33% van de bodems zijn matig tot sterk gedegradeerd door erosie, verzuring, verzilting, compactering, chemische bevuiling en verlies van voedingselementen.
  • 95% van ons voedsel wordt rechtstreeks of onrechtstreeks op bodems geproduceerd.
  • In 2008 was er 1,386 miljoen hectare landbouwland in de wereld. Er is weinig ruimte voor uitbreiding.
  • Tegen 2050 – met 9 miljard mensen - moet de wereldwijde voedselproductie met 70% toenemen, in ontwikkelingslanden met bijna 100%.
  • Jaarlijks gaat meer dan 10 miljoen hectare landbouwland verloren, alleen al door erosie.
  • Ongeveer 135 miljoen mensen zullen tegen 2045 moeten migreren als gevolg van woestijnvorming.
  • 1,5 miljard mensen, vooral arme boeren, leven op gedegradeerd land.
  • Door gedegradeerd land te herstellen kan men jaarlijks tot 3 miljard ton koolstof opslaan (50 à 300 ton/hectare), of 30% van de jaarlijkse CO2-uitstoot door fossiele brandstoffen.
  • 40% van de binnenlandse conflicten gedurende de laatste 60 jaar hadden te maken met natuurlijke hulpbronnen.
  • In 2013 investeerde België, naar verhouding, het meest in de strijd tegen de woestijnvorming (2,5% van de ODA - officiële ontwikkelingshulp – of ruim 130 miljoen dollar).

 

Gezonde bodem

In wezen is het vrij eenvoudig om een bodem gezond te houden. Zo dien je hem zo weinig mogelijk te verstoren (weinig ploegen) en zo veel mogelijk te bedekken (met gewassen, groenbemesters, gemaaid plantenmateriaal). Op hellingen kan men terrassen aanleggen. Ook gewasrotatie speelt een rol (zie hoger). Agroforestry maakt gebruik van bomen omdat deze diepere bodemlagen kunnen aanboren en meer zonne-energie kunnen capteren. Al deze methoden dragen ertoe bij dat de bodem voldoende organisch materiaal en levende organismen behoudt. Dat bepaalt immers de vruchtbaarheid en zorgt ervoor dat een dergelijke bodem veel meer water en koolstof vast. Zo wordt de bodem een belangrijk wapen in de strijd tegen de klimaatverandering. Methoden als biologische landbouw en agro-ecologie nemen hier het voortouw. De conventionele grootschalige landbouw moet zich veel meer bewust worden van haar schadelijke impact op de bodem en haar methoden aanpassen.

Agro-ecologie laat zich inspireren door de natuur, plaatselijke traditionele kennis én moderne wetenschap. Ze probeert onder meer zoveel mogelijk organische resten te hergebruiken. Daardoor is ze veel minder afhankelijk van (dure) externe input. Agro-ecologische landbouw is dan ook uitermate geschikt voor arme boeren.

Overigens is armoedebestrijding onmisbaar als we onze bodems gezond willen houden. Het is immers vaak armoede – en de veelheid aan monden om te voeden - die mensen aanzet tot het overmatig bewerken van hun land. Ook vrouwen en landlozen officiële rechten geven op land(gebruik) kan een grote stap vooruit betekenen.

 

Bodemherstel

Op het Rio+20-congres (2012) werd afgesproken dat er tegen 2030 netto geen land meer zou gedegradeerd worden. Dat betekent dus dat voor alle land dat gedegradeerd wordt er elders evenveel land hersteld wordt. Landherstel is inderdaad cruciaal om in 2050 nog voldoende voedsel te kunnen produceren. Ook hier bestaan er methodes die hun diensten bewezen hebben zoals het aanplanten van bomen en struiken. Zo werd in Senegal 27.000 hectare gedegradeerd land hersteld door 11 miljoen bomen te planten. En dat in het kader van het Green Wall Initiative dat de uitbreiding van de Saharawoestijn in de Sahellanden probeert tegen te gaan. Een andere methode zijn steendammen die slibverlies tegengaan bij hevige regens (Dimensie 3, 4/2013). Enzovoort.

Hopelijk blijft het niet bij woorden en stelt de internationale gemeenschap krachtige daden. Bij de 17 nog goed te keuren ‘duurzame ontwikkelingsdoelen’ staan alvast 15 targets die te maken hebben met duurzaam landbeheer. Natuurlijk is er een kostenplaatje, maar de impact is enorm. Want zorgen voor een gezonde bodem betekent meteen de voedsel- en watervoorziening veilig stellen, onze economie ondersteunen, de klimaatverandering remmen, de vrede bespoedigen en nog veel meer. En laten we misschien met wat meer aandacht over de bodem stappen en er meer bij stilstaan hoe afhankelijk we zijn van onze bodem.

 

Meer weten?

www.fao.org/soils-2015/en/

Soil atlas 2015 (http://globalsoilweek.org/soilatlas-2015)

The State of the World’s Land and Water Resources for Food and Agriculture (www.fao.org/docrep/017/i1688e/i1688e.pdf)

Milieu Bodem Woestijnvorming
Terug Planeet
Imprimer