Zwaarlijvigheid en honger: een tweesnijdend zwaard

Germain Mottet
05 oktober 2018
Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) zijn zowel zwaarlijvigheid als honger in opmars. Beide fenomenen vormen niet alleen een paradox, maar zijn ook tekenend voor de groeiende ongelijkheid in de wereld. Deze twee sterke uitersten worden bevestigd door verschillen in locatie, gender en leeftijd.

Het aantal mensen dat honger lijdt, is voor het derde jaar op rij gestegen. Voor 2017 raamt de FAO het aantal mensen dat niet voldoende te eten had op meer dan 821 miljoen (10,9% van de wereldbevolking), nagenoeg hetzelfde aantal als tien jaar geleden. Deze toename heeft verschillende oorzaken: de aanhoudende instabiliteit in bepaalde regio’s, de gevolgen van de klimaatverandering voor de landbouw en de economische terugval. In een ander rapport geeft de FAO dan weer aan dat één op de acht mensen kampt met overgewicht.

Vooral in Zuid-Amerika en Afrika is de situatie zorgwekkend. Afrika blijft het continent met het hoogste percentage ondervoede mensen (21%). In Zuid-Amerika is het fenomeen in opmars (+0,3% in drie jaar tijd). Azië liet tot voor kort een dalende trend zien, maar nu blijft het continent steken op 11,4%. Zwaarlijvigheid komt dan weer vooral in Noord-Amerika voor, hoewel ook bepaalde regio’s in Afrika en Azië er niet van gespaard blijven.

 

Vooral kinderen

De doorslaggevende factor in heel deze crisis is leeftijd. Onder de 821 miljoen ondervoeden zijn er 150 miljoen kinderen. Wel daalt het aantal kinderen dat als gevolg van ondervoeding een groeiachterstand heeft. Een ander toenemend probleem is het aantal vrouwen (een derde) in de vruchtbare leeftijd dat aan bloedarmoede lijdt. Onnodig te zeggen dat dit niet zonder gevolgen blijft voor moeder en kind. Verder is 7,5% van de kinderen jonger dan 5 jaar te mager (te laag gewicht in verhouding tot de lengte).

De andere kant van het verhaal is zwaarlijvigheid. Bij kinderen blijft het percentage op 5,6, maar bij volwassenen (13,2% in 2016) gaat het al tien jaar in stijgende lijn, vooral in Noord-Amerika. Afrika en Azië doen het beter, maar ook daar blijft het aantal zwaarlijvigen toenemen.

Een en ander heeft als kwalijk gevolg dat ondervoeding een dubbele last wordt met ondervoeding en overgewicht als de twee kanten van de medaille. Wereldwijd zijn vooral de minstbedeelden er het slachtoffer van. De onzekere toegang tot voedsel leidt tot ondervoeding in al zijn vormen: groeiachterstand, tekortkomingen, een te laag gewicht, overgewicht, …

Enkele personen wandelen door een tuin met groenten en palmbomen in Djibouti
© EU/ECHO/Martin Karimi

 

Klimaatverandering

Ook het effect van de klimaatverandering op de teelt van gewassen speelt mee. Vooral in landen die vatbaar zijn voor zware regenval, droogte en temperatuurschommelingen is honger nooit ver weg. Doorgaans is in deze regio’s het merendeel van de bevolking rechtstreeks afhankelijk van landbouw. De kans bestaat dat als gevolg van de klimaatverandering de ongelijkheid tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden nog groter wordt. In heel wat landen kan internationale handel de voedselzekerheid evenwel helpen verbeteren en een oplossing bieden voor de tekorten in de meest getroffen regio’s.

De FAO ziet als uitweg uit deze problematiek dat er meer initiatieven komen om de tweede Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling (SDG2) van de Verenigde Naties te verwezenlijken: geen honger tegen 2030. Dat moet onder meer leiden tot een betere toegang tot voedsel met een hoge voedingswaarde, een voedselsysteem waarvan voedselzekerheid en kwaliteit de grondslag vormen en aanpassing aan de klimaatverandering.

 

Bron

The State of Food Security and Nutrition in the world

Cover FAO-rapport State of Food Security 2018

 

FAO Voedselzekerheid
Terug Mens
Imprimer
Over hetzelfde thema - Artikel 4 /7 Een koe voor het leven – of hoe geven helpt