Snel lezen

Minder en beter vissen duurt het langst

Chris Simoens
03 september 2019
De zoetwatervisserij in Congo zorgt voor werk én eiwitten in de voeding. Maar schadelijke vispraktijken en overbevissing ondermijnen het potentieel.
 

DR Congo is een enorm waterrijk land : 3,5% van het territorium wordt door water ingenomen, wat neerkomt op 50% van het zoetwater van heel Afrika. In al die binnenwateren krioelt het van de vissen. Maar ook gigantische visbestanden kennen hun grenzen. En al zeker als een groeiende Congolese bevolking steeds meer monden te voeden heeft en meer arme mensen een inkomen zoeken.

Congolese onderzoekers – met Belgische steun – lichtten de zoetwatervisserij in hun land door. Vooreerst stelden ze een snelle toename in het aantal vissers vast. Ter illustratie: in 1995 waren op het Tanganyika-meer 26.308 vissers actief, in 2011 bedroeg het aantal al 51.625.

Ook nefaste vispraktijken bleken wijd verspreid. Zo scheppen vissers met muskietennetten en fijnmazige netten ook visjongen mee op, waardoor ze verloren gaan. Sommige praktijken vernietigen de paaigebieden waar vissen zich voortplanten. Een aantal vissers gebruiken zelfs dynamiet of giftige planten en producten.

Vissers moeten steeds meer inspanningen leveren om nog voldoende vis boven te halen, zo bleek na analyse van 2 vissoorten in het Tanganyika-meer. Een aantal vissoorten leek zelfs al verdwenen. Blijkbaar hebben de Congolese vissers geen weet van de grootte van de visbestanden en speelden ze hun traditionele kennis kwijt.

Een (duurzame) zoetwatervisserij heeft een enorm potentieel van 700.000 ton vis per jaar en biedt een volwaardig alternatief voor woudvlees.

Volgens de onderzoekers moet er dringend paal en perk gesteld worden aan de overbevissing. Want een (duurzame) zoetwatervisserij heeft een enorm potentieel van 700.000 ton vis per jaar en biedt een volwaardig alternatief voor woudvlees, zeggen ze.

Maar om dit potentieel te realiseren, moet de overheid de bestaande wetgeving strikt toepassen én aanpassen aan de huidige trends. De provinciale ministeries dienen specifieke eenheden te installeren die de visserij (en de schadelijke praktijken) opvolgen. Dat moet toelaten om de vissers beter op de hoogte te brengen van de wetgeving en streng op te treden tegenover overtreders.

Verder vragen de wetenschappers meer financiering voor onderzoek. Meer statistische gegevens over de vangsten zijn immers onmisbaar om de evoluties van de rendementen op te volgen. Ze raden ook aan om de traditionele kennis over de visserij nieuw leven in te blazen en de viskweek te promoten.

Bekijk ook het oorspronkelijk beleidsdocument.

CEBioS

 

Het onderzoek van dit artikel kwam tot stand met de steun van CEBioS (= ‘Capacities for Biodiversity and Sustainable Development’). Dit programma wordt gefinancierd door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking en is gehuisvest in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). CEBioS steunt een aantal landen zoals Benin, DR Congo, Burundi en Vietnam om indicatoren te ontwikkelen om hun biodiversiteit op te volgen. Dat moet hen toelaten om beter te rapporteren over hun biodiversiteit binnen de VN-Conventie over Biodiversiteit.

Binnen CEBioS volgt een tiental personen ‘biodiversiteit en ontwikkeling’ op, met onder meer ondersteuning aan onderzoek, informatie, sensibilisering, beleidsadvies en publicaties rond biodiversiteit en ontwikkeling in het Zuiden. CEBioS organiseert tevens korte stagebezoeken in België en workshops ter plaatse voor instellingen in ontwikkelingslanden. Het maakt ook de koloniale archieven over de toenmalige nationale parken toegankelijk door ze te digitaliseren.

 

Biodiversiteit DR Congo Visserij
Volgend artikel Sierplant verpest het Tanameer