Snel lezen

Te veel woudvlees op het menu

Chris Simoens
19 augustus 2019
In Congo nemen veel mensen hun toevlucht tot woudvlees. Een strikte regulering naast alternatieve eiwitbronnen zijn nodig om er de biodiversiteit te beschermen. 

 

Woudvlees – het gejaagde wild uit het woud of de brousse – vormt een belangrijke bron van eiwitten voor plattelandsbewoners in de tropen. Door de handel in dat woudvlees kunnen heel wat families er bovendien een aardig centje bijverdienen. In Kisangani (DR Congo) gaat dat dan over groot wild als olifanten, okapi’s en Afrikaanse buffels, en kleiner wild zoals chimpansees, struikvarkens en antilope-achtigen.

Het spreekt vanzelf dat een overdreven jacht de soorten stilaan kan decimeren. Uiteindelijk legt dat een tijdbom onder de inkomens van veel gezinnen, terwijl ze het ook moeilijk krijgen om aan hun voedingsbehoeften te voldoen. In Congo bestaan er dan ook diverse reguleringen om de jacht op woudvlees aan banden te leggen: beschermde soorten, jachtvergunningen, afgebakende jachtseizoenen, verboden wapens en verboden gebieden.

Doordat de bevolking toeneemt, ontstond een grote vraag naar dierlijke eiwitten, zowel in de steden als op het platteland. En door de armoede zoeken veel mensen een inkomen. 

Maar uit onderzoek van de universiteit van Kisangani – met Belgische steun – blijkt dat deze regulering vaak met de voeten getreden wordt. Doordat de bevolking toeneemt, ontstond een grote vraag naar dierlijke eiwitten, zowel in de steden als op het platteland. En door de armoede zoeken veel mensen een inkomen. Velen vinden die in de stroperij. Bovendien zijn kogels en illegale wapens gemakkelijk te verkrijgen. Omdat er door de aanhoudende jacht minder groot wild voorhanden is, komt meer en meer het klein wild in het vizier. 

De onderzoekers raden dan ook aan om de jachtreguleringen te herzien en beter te laten respecteren. Bovendien moeten de jagers beter gesensibiliseerd worden over die wetten en over goede jachtpraktijken. Administraties en wetenschappers dienen ook meer gegevens uit te wisselen opdat ze de impact van de jacht op het wildleven continu kunnen opvolgen. De studie stelt tevens voor om meer onderzoek te doen naar de hele keten van het woudvlees, van de jacht over de handel tot het verbruik. Ten slotte is het essentieel om de grote oorzaken aan te pakken: de armoede en de nood aan eiwitten. Dat kan door alternatieve eiwitbronnen te promoten zoals veeteelt en viskweek.

 

Bekijk ook het oorspronkelijke beleidsdocument (in het Frans)
 

CEBioS

Het onderzoek van dit artikel kwam tot stand met de steun van CEBioS (= ‘Capacities for Biodiversity and Sustainable Development’). Dit programma wordt gefinancierd door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking en is gehuisvest in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). CEBioS steunt een aantal landen zoals Benin, DR Congo, Burundi en Vietnam om indicatoren te ontwikkelen om hun biodiversiteit op te volgen. Dat moet hen toelaten om beter te rapporteren over hun biodiversiteit binnen de VN-Conventie over Biodiversiteit.

Binnen CEBioS volgt een tiental personen ‘biodiversiteit en ontwikkeling’ op, met onder meer ondersteuning aan onderzoek, informatie, sensibilisering, beleidsadvies en publicaties rond biodiversiteit en ontwikkeling in het Zuiden. CEBioS organiseert tevens korte stagebezoeken in België en workshops ter plaatse voor instellingen in ontwikkelingslanden. Het maakt ook de koloniale archieven over de toenmalige nationale parken toegankelijk door ze te digitaliseren.

DR Congo Biodiversiteit Bossen
Volgend artikel Kan voodoo mangrovebossen redden?